Hersentumor

Doneer nu!

Recidief

In het algemeen zal een kwaadaardige hersentumor helaas vroeg of laat terugkeren. Dat kan gepaard gaan met nieuwe klachten of verschijnselen.

Recidief of niet? Pseudoprogressie en radionecrose

Wanneer er nieuwe afwijkingen op een CT- of MRI-scan te zien zijn, is het niet altijd direct te zeggen of dit echt om een tumorrecidief (teruggroei van de tumor) gaat of niet. Wanneer iemand eerder bestraling, of bestraling met chemotherapie, gehad heeft, kunnen op controle-scans nieuwe afwijkingen ontstaan als gevolg van de behandeling. De afwijkingen kunnen er net zo uitzien als tumorrecidief en ze kunnen zelfs klachten geven, zoals hoofdpijn of neurologische uitval geven. Deze afwijkingen nemen echter vanzelf weer af na enige tijd. Deze tijdelijke afwijkingen worden ‘pseudoprogressie’  of ‘radionecrose’ (necrose = dood weefsel) genoemd. Het kan erg moeilijk zijn om pseudoprogressie van een echt tumorrecidief te onderscheiden. Vaak moet de scan na enkele weken tot maanden herhaald worden om meer zekerheid te krijgen.

Behandeling bij een tumorrecidief

De mogelijkheden van behandeling van het tumorrecidief hangen samen met verschillende aspecten, zoals de lichamelijke en psychische conditie op dat moment, de plaats van de tumor en de behandelingen die al dan niet eerder zijn gegeven.

Zo is het soms mogelijk om nogmaals te opereren, nogmaals te bestralen, eerder gegeven chemotherapie te herhalen of een andere vorm van chemotherapie toe te passen. Ook experimentele therapieën worden bij terugkeer van de tumor regelmatig gegeven. Dit laatste gebeurt in zogenaamde “klinische trials”: onderzoek, waarvoor u gevraagd kan worden om in te participeren. In het algemeen komen alleen patiënten in een relatief goede conditie voor dit soort studies in aanmerking.

Naast de levensverwachting is de kwaliteit van leven van groot belang. De behandelend arts zal daarover met de patiënt spreken: elke behandeling heeft  zijn voor- en nadelen voor de kwaliteit van leven. Het doel van een behandeling moet altijd zijn om niet alleen het leven te verlengen, maar ook de kwaliteit van leven zo goed mogelijk te maken of te houden. Het is ook belangrijk dat de patiënt zelf hierover nadenkt en meedenkt.

Wanneer de tumor niet meer behandeld kan worden

Bij kwaadaardige hersentumoren treedt bij de meeste patiënten een moment op dat de tumor niet meer bestreden kan worden: wanneer er geen zinvolle behandel-opties meer zijn, of wanneer een behandeling niet wenselijk of haalbaar meer is door een slechte conditie van de patiënt. De arts zal dat met de patiënt en naasten bespreken. Dan treedt de “palliatieve” fase in, waarin het behandelen en verzachten van klachten voorop staat. De behandeling kan onder andere bestaan uit medicijnen, ondersteuning in de verzorging door thuiszorg, of opname in een hospice. Een voorbeeld van medicatie is het geven van dexamethason ter bestrijding van de klachten als gevolg van vochtophoping rond de hersentumor. Pijn kan worden bestreden met lichte pijnstillers tot morfine. Rustgevende medicijnen kunnen angst, onrust of verwardheid tegen gaan. Anti-epileptica helpen bij het onderdrukken van epileptische aanvallen. Vaak is de huisarts een belangrijke raadgever in deze fase. Zie ook zorg in de laatste levensfase.