Hersentumor

Doneer nu!

Radioloog

Radiodiagnostische of beeldvormende technieken worden gebruikt om de omvang, plaats en vermoedelijke aard van een hersentumor vast te stellen. De twee meest gebruikte beeldvormende technieken zijn de CT-scan en de MRI-scan. De onderzoeken worden uitgevoerd op de afdeling radiologie door de radiodiagnostisch laborant. De onderzoeken worden vervolgens beoordeeld door de radioloog. De radioloog stuurt een verslag van de beoordeling naar de behandelaar, die de uitslag met de patiënt bespreekt.

  • Een CT-scan (CT = computertomografie) van de hersenen geeft informatie over de ruimte die een hersentumor inneemt door verdringing van, verplaatsing van, en ingroei in de hersenen. Na toediening van contrastvloeistof, meestal toegediend via een bloedvat in de elleboogsplooi, kunnen sommige hersentumoren aankleuren. Dit zegt iets over de aard van de hersentumor.
  • Een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) toont de hersenen in meer detail en geeft over het algemeen meer informatie over de hersentumor dan een CT-scan. Vaak wordt bij verdenking op een afwijking in de hersenen als eerste een CT-scan gemaakt, omdat CT-scanners meer beschikbaar zijn en minder belastend (minder langdurig en een minder nauw apparaat) zijn om te ondergaan.

Voor meer informatie over:

MRI

MRI-opnamen van normale hersenen: Door andere instellingen van de scanner kunnen verschillende (zogenoemde T1 en T2 gewogen) opnames gemaakt worden van hetzelfde gebied wat heel gedetailleerde informatie oplevert

MRI-opnamen van normale hersenen: Door andere instellingen van de scanner kunnen verschillende (zogenoemde T1 en T2 gewogen) opnames gemaakt worden van hetzelfde gebied wat heel gedetailleerde informatie oplevert

3.3-4

De MRI-scanner met de tunnel waar de patiënt in ligt

Bij dit onderzoek wordt niet gebruik gemaakt van röntgenstralen maar van een sterk magnetische veld en radiofrequentie golven. Net als bij de CT-scan moet de patiënt zo stil mogelijk liggen in een tunnel. Bij de MRI is de tunnel nauwer en langer dan bij de CT-scan. Sommige patiënten vinden dit wel wat benauwend. Tevens maakt de scanner tijdens het scannen veel lawaai, en zijn oordopjes of een hoofdtelefoon tijdens het onderzoek nodig om het gehoor te beschermen. Een MRI-scan van de hersenen duurt beduidend langer (15-30 min) dan een CT-scan (5-10 min), maar biedt meer gedetailleerde informatie van de hersenen dan een CT-scan.

Uit de verkregen signalen kan de computer van de MRI-scanner de samenstelling van de verschillende weefsels berekenen en ze uittekenen in de vorm van een doorsnede. Ook bij de MRI wordt gebruik gemaakt van contrastmiddel. Na toediening van contrastvloeistof (toegediend via een infuus in een bloedvat in de elleboogsplooi) kunnen sommige hersentumoren aankleuring laten zien. Dit zegt iets over de aard van de hersentumor.

Risico’s

Het magneetveld en de radiofrequente golven zoals die in MRI-scan worden gebruikt zijn niet schadelijk voor de gezondheid.

Het sterke magneetveld van de MRI scanner heeft een grote aantrekkingskracht op metaal. Er mag daarom geen enkel voorwerp van metaal (haarspeld, sleutels, muntgeld, etcetera) de scannerruimte mee ingenomen worden. Dit geldt ook voor metaal dat zich in het lichaam bevindt, zoals bijvoorbeeld chirurgische clips op bloedvaten of metaalsplinters die tijdens laswerkzaamheden in het oog zijn geraakt. Verder kan het magneetveld pacemakers voor het hart ontregelen. Bij mensen met een pacemaker kan daarom vaak (afhankelijk van de soort pacemaker) geen MRI-scan worden verricht. Veel modern materiaal dat tijdens operaties wordt gebruikt is ongevoelig voor magnetisatie en kan zonder bezwaar in het MRI-apparaat worden gescand. Voorafgaand aan het betreden van de MRI-scannerruimte dient echter altijd zeker te worden gesteld dat eventueel in het lichaam aanwezig metaal ongevoelig is voor magnetisatie.

Er is een kleine kans op een allergische reactie op het contrastmiddel dat voor dit onderzoek wordt toegediend. Deze kans is vele malen kleiner dan die bij het toedienen van het contrastmiddel voor de CT-scan.

Nader onderzoek in de MRI-scanner

Met een MRI-scan kan de aard van het weefsel nog nader worden onderzocht met behulp van speciale MRI technieken, zoals MR spectroscopie (MRS) en perfusie MRI (pMRI). Met MRS wordt gekeken naar de aanwezigheid van bepaalde stoffen in verhoogde concentraties in de afwijking op de MRI, wat kan wijzen op de aanwezigheid van een tumor. Met pMRI wordt gekeken naar de doorbloeding van de hersentumor, die bij sommige tumoren heel hoog is en bij andere juist laag.

Nieuwe 3.3-7_fMRI

Een functionele MRI-scan van een patiënt met een hersentumor (het donkere gebied binnen de pijltjes). Bij het bewegen van de vingers van beide handen lichten de gebieden in de hersenen op die daarbij betrokken zijn (*). Uit dit onderzoek blijkt dat een eventuele operatie om de tumor te verwijderen bij deze patiënt kan worden uitgevoerd zonder dat de handfunctie in gevaar komt.

Met functionele MRI (fMRI) kan de functie van bepaalde hersengebieden in beeld worden gebracht door tijdens het onderzoek de patiënt bepaalde opdrachten te laten uitvoeren (b.v. het bewegen van de vingers of het benoemen van plaatjes). Met diffusie tensor imaging (DTI) tenslotte, worden de vezelbanen in de hersenen in beeld gebracht, die de diverse gebieden binnen de hersenen met elkaar verbinden. Zowel fMRI en DTI onderzoek is van belang voor het precies lok       aliseren van de functioneel belangrijke gebieden voorafgaand aan een eventuele hersenoperatie.