Hersentumor

Doneer nu!

Radioloog

Radiodiagnostische of beeldvormende technieken worden gebruikt om de omvang, plaats en vermoedelijke aard van een hersentumor vast te stellen. De twee meest gebruikte beeldvormende technieken zijn de CT-scan en de MRI-scan. De onderzoeken worden uitgevoerd op de afdeling radiologie door de radiodiagnostisch laborant. De onderzoeken worden vervolgens beoordeeld door de radioloog. De radioloog stuurt een verslag van de beoordeling naar de behandelaar, die de uitslag met de patiënt bespreekt.

  • Een CT-scan (CT = computertomografie) van de hersenen geeft informatie over de ruimte die een hersentumor inneemt door verdringing van, verplaatsing van, en ingroei in de hersenen. Na toediening van contrastvloeistof, meestal toegediend via een bloedvat in de elleboogsplooi, kunnen sommige hersentumoren aankleuren. Dit zegt iets over de aard van de hersentumor.
  • Een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) toont de hersenen in meer detail en geeft over het algemeen meer informatie over de hersentumor dan een CT-scan. Vaak wordt bij verdenking op een afwijking in de hersenen als eerste een CT-scan gemaakt, omdat CT-scanners meer beschikbaar zijn en minder belastend (minder langdurig en een minder nauw apparaat) zijn om te ondergaan.

Voor meer informatie over:

CT-scan

CT-scan (computertomografie)

Bij een CT-scan wordt gebruik gemaakt van röntgenstralen voor het afbeelden van de schedel en de hersenen. Er is een duidelijk verschil tussen een CT-scan en een gewone röntgenfoto. Een röntgenfoto is een soort portret waarop men verschijnt in dezelfde houding als waarin men is gefotografeerd, terwijl een CT-scan eigenlijk een doorsnede is door het lichaam die door de computer wordt berekend. De patiënt moet daarvoor zo stil mogelijk liggen op een beweegbare tafel, terwijl het lichaamsdeel waar het om gaat, bijvoorbeeld het hoofd, in de opening ligt van de scanner. In deze opening draait een dunne röntgenstralenbundel rond en maakt zo vanuit verschillende richtingen een aantal röntgenfoto’s van de schedel en hersenen. Uit al deze verkregen röntgenfoto’s wordt dan door de computer een dwarsdoorsnede berekend. Hierna schuift de tafel een eindje verder, zodat een volgende afbeelding kan worden gemaakt.

Een recente ontwikkeling is de Spiraal-CT-scan, die met een zeer snelle CT-scanner wordt gemaakt. Hierbij wordt niet doorsnede voor doorsnede gescand maar wordt een zogenaamde volumescan gemaakt in één doorlopende spiraalvormige beweging van de röntgenstralenbundel. Er kunnen in zeer korte tijd heel dunne dwarsdoorsneden worden gemaakt, waarmee driedimensionale afbeeldingen kunnen worden gereconstrueerd.

Risico’s

3.3-3A

Voorbeeld van een CT-scan van de hersenen: Links een doorsnede zonder contrast, daarnaast dezelfde doorsnede na toediening van contrast. Het contrastmiddel wordt in een bloedvat ingespoten en wordt door het bloed in de bloedvaten in het hele lichaam meegevoerd. Na toediening van contrast worden de normale bloedvaten zichtbaar, maar bij deze patiënt ook een bloedvatrijke tumor in het achterhoofd (geplaatst met toestemming van de patiënt)

Bij de beeldvormende technieken die röntgenstralen gebruiken, zoals de CT-scan, dient er rekening mee te worden gehouden dat de röntgenstralen groeiende weefsels, zoals die van het ongeboren kind, kunnen beschadigen. Dit risico is klein, en wordt afgewogen tegen de noodzaak om het CT-onderzoek te verrichten. Het contrastmiddel dat bij de CT-scan wordt gebruikt bevat jodium. Jodiumhoudende stoffen kunnen een allergische reactie veroorzaken. Mensen met een bekende allergie (bijvoorbeeld hooikoorts) hebben een verhoogde, hoewel nog steeds kleine, kans op een dergelijke allergische reactie.