Hersentumor

Doneer nu!

Radiotherapie

Radiotherapie is een effectieve behandeling voor de meeste hersentumoren en uitzaaiingen in de hersenen, veelal volgend op een operatie of in combinatie met chemotherapie. Soms heeft het de voorkeur om alleen te bestralen.

Werking

Radiotherapie maakt gebruik van straling die wordt opgewekt met een hoge elektrische energie. Deze straling dringt diep door in het weefsel en veroorzaakt schade aan de cel. Gezonde cellen herstellen beter van deze aangerichte schade dan tumorcellen.

Doel

Het doel van radiotherapie bij hersentumoren is tweeledig: het bestrijden van de tumor en het verbeteren van de kwaliteit van leven van de patiënt. Bij een hersentumor die bij een operatie verwijderd is, maar waarvan een stukje is achtergebleven, ligt de nadruk van de radiotherapie op het bestrijden van de tumor.

Bij kwaadaardige hersentumoren die niet verwijderd kunnen worden ligt de nadruk op het remmen van de tumorgroei waardoor de klachten van de patiënt verbeteren.

Toepassing

Radiotherapie kan op twee manieren worden gegeven: uitwendig en inwendig. De meeste hersentumoren worden uitwendig bestraald met een zogenaamde lineaire versneller. De lineaire versneller lijkt op een groot röntgenapparaat dat om de patiënt kan draaien. De bestralingsbundel kan zo vanuit verschillende posities op de tumor in het hoofd worden gericht.

Betrouwbare algemene informatie over bestraling kan o.a. in dit filmpje van het KWF worden bekeken.

Klik hieronder voor meer informatie over:

Bijwerkingen van de bestraling

Bijwerkingen van de bestraling

Bijwerkingen van radiotherapie kunnen worden onderscheiden in vroege bijwerkingen en late bijwerkingen.

Vroege bijwerkingen (binnen enkele weken):

  • Haaruitval treedt vrijwel altijd op na bestraling van een hersentumor. Alleen het haar van de bestraalde hoofdhuid valt uit. De uitval begint niet meteen en neemt meerdere weken in beslag. Bij het kammen of borstelen zal de patiënt merken dat eerst haren en later plukken zullen meekomen. Indien de bestraling wordt beperkt tot de tumor zal de haaruitval alleen plaatselijk optreden. Als het hele hoofd wordt bestraald, bijvoorbeeld bij hersenmetastasen, zal al het haar op het hoofd uitvallen, maar er zal dus geen haar uitvallen van de snor, baard of elders op het lichaam. Het is onzeker of het haar terugkeert. Soms kan het  ook lang duren en zelden is de haargroei zo dicht opeen als voorheen.
  • De huid waar wordt bestraald kan gevoelig en droog worden. De arts kan daarvoor een crème voorschrijven. Bovendien is het niet raadzaam het hoofd aan de zon bloot te stellen.
  • Hoofdpijn, misselijkheid en braken kunnen een gevolg zijn van hersenoedeem (vocht) door de bestraling, maar dit hoeft niet. In uitzonderlijke gevallen kan het een teken zijn van tumoractiviteit. Meestal kunnen deze bijwerkingen met pijnstillers, anti-misselijkheidsmiddelen of met dexamethason behandeld worden. Mochten deze klachten in hevige mate aanwezig zijn, dan dient men contact op te nemen met de behandelend arts.
  • Moeheid en concentratieverlies is een veelvoorkomend probleem gedurende en na de bestraling.

Late bijwerkingen (na enkele maanden tot jaren):

  • Littekens in de hersenen worden gekenmerkt door achteruitgang van het concentratievermogen en van het korte termijn geheugen. Dit zijn de belangrijkste late probleem die optreden bij volwassen patiënten. De intelligentie, dat wil zeggen het vermogen om problemen op te lossen, blijft meestal wel behouden. Hoewel hier beschreven onder de bijwerkingen van radiotherapie, komen deze concentratie en geheugenproblemen bijna even vaak voor bij onbestraalde patiënten. De ernst van deze problemen wordt geaccepteerd als een onvermijdelijk gevolg van een levensbedreigende ziekte. In het gesprek met de radiotherapeut wordt uiteraard ook aandacht besteedt aan belangrijke zaken als te verwachten kwaliteit van leven na de behandeling.
  • Intelligentieverlies bij kinderen: Radiotherapie kan hersenschade met intelligentieverlies geven wanneer hersenbestraling op de kinderleeftijd wordt gegeven. De hersenen maken de grootste ontwikkeling door in de eerste levensjaren. Hoe vroeger de bestraling moet worden gegeven, des te ernstiger het blijvend letsel kan zijn. Daarom wordt hersenbestraling bij kinderen zo lang mogelijk uitgesteld, bijvoorbeeld door eerst chemotherapie te geven.
  • Hormonale stoornissen kunnen optreden na bestraling van de hypofyse. De hypofyse maakt een aantal hormonen die belangrijk zijn voor onder andere de functie van de schildklier, de bijnieren, de geslachtsorganen, en voor de groei. Als één of meer van deze hormonen uitvallen kunnen ze doorgaans door medicijnen worden vervangen.
  • Droge ogen kunnen optreden als een hersentumor direct achter het oog bestraald moet worden.
  • Achteruitgang van het gezichtsvermogen kan optreden als een tumor in of nabij het oog tot een hoge dosis bestraald moet worden. Vooral de ooglens is gevoelig voor bestraling; indien een bestraling absoluut onvermijdelijk is, kan een troebele lens vervangen worden door een kunstlens.