Hersentumor

Doneer nu!

Neurochirurgie

Patiënten met klachten en symptomen passend bij een hersentumor komen meestal via de huisarts of soms via de spoedeisende hulp van een ziekenhuis terecht bij de neuroloog. Bij een sterk vermoeden van een hersentumor geeft een CT- of MRI-scan al veel informatie over de tumor: de lokalisatie in de hersenen, de grootte van de tumor en de mate waarin de tumor ingroeit in de hersenen (infiltratie) of de hersenen verdringt (massawerking). Maar een CT- of MRI-scan geeft geen zekerheid over de aard van de tumor: Is de tumor goed- of kwaadaardig? Uit welke cellen is de tumor ontstaan? De aard van de tumor is bepalend voor de kans op genezing en voor de noodzaak van een eventuele verdere behandeling met radiotherapie of chemotherapie. Om de aard van een hersentumor vast te leggen zal de neuroloog de patiënt verwijzen naar de neurochirurg om minstens een klein stukje van de tumor te verwijderen.

Het verwijderen van een hersentumor of een deel van de tumor kan om drie redenen noodzakelijk zijn: voor het stellen van de diagnose, voor het bestrijding van klachten en  ter behandeling van de tumor.

  • Diagnose: Allereerst is het nodig om tumorweefsel te krijgen dat in het laboratorium onder een microscoop onderzocht wordt om de precieze aard van de tumor vast te stellen. De aard van de tumor is bepalend voor de kans op genezing en voor de noodzaak van een eventuele verdere behandeling met radiotherapie of chemotherapie
  • Bestrijding van klachten: De klachten van een patiënt met een hersentumor worden voor een deel veroorzaakt door groei in de hersenen (infiltratie) en voor een deel door verdringing van de hersenen (massawerking). Het verwijderen van de tumor of een deel van de tumor geeft vrijwel meteen een vermindering van de massawerking, en kan een snelle verbetering van de klachten veroorzaken
  • Behandeling van de tumor:Bij de meeste hersentumoren is het wenselijk dat de neurochirurg zo veel mogelijk van de tumor, en als het enigszins kan, de hele tumor verwijdert. Een volledige verwijdering is soms niet wenselijk omdat de tumor in de buurt ligt van hersendelen die van levensbelang zijn en niet beschadigd mogen worden. Bij de kwaadaardige hersentumoren is volledige tumorverwijdering vaak in principe niet mogelijk.

Het is meestal maar niet altijd nodig om de aard van een hersentumor vast te stellen met een weefseldiagnose. In uitzonderlijke gevallen kan worden volstaan met een radiologische diagnose, bijvoorbeeld als de aard van de tumor zeer duidelijk is, of als het nemen van een biopsie te gevaarlijk is, als gevolg van de plaats van de tumor in de hersenen. Bij een meningeoom dicht tegen de schedelbasis of  een oogzenuw is het radiologisch beeld vaak kenmerkend, en brengt een operatie soms teveel risico’s met zich mee. Bij tumoren in de hersenstam kan een biopsie gevaarlijk zijn, en zal vaak worden afgezien van een weefseldiagnose. Meestal worden deze patiënten op basis van een combinatie van klachten, symptomen en kenmerkende CT- of MRI zonder operatie direct verwezen voor bestraling of chemotherapie.

Naast een operatie om weefsel te verkrijgen, kunnen soms ook andere neurochirurgische operaties noodzakelijk zijn bij patiënten met hersentumoren.

Voorkomen en behandelen van complicaties

Voorkomen en behandelen van complicaties

Een belangrijke taak van de neurochirurg is het voorkomen en behandelen van complicaties. Deze complicaties kunnen worden veroorzaakt door de tumor zelf, maar ook door de behandeling. In deze paragraaf beschrijven we een aantal van die complicaties en maatregelen om deze complicaties tegen te gaan.

Uw neurochirurg zal met u bespreken welke risico’s op uw situatie van toepassing zijn. Als u rookt, dan is een belangrijke algemene maatregel die u zelf kunt nemen om complicatiekansen te verlagen, stoppen met roken.

Neurochirurgische complicaties en maatregelen om complicaties tegen te gaan

Hersenoedeem: Hersenweefsel is week en sponsachtig. Na geringe beschadiging kunnen de hersenen makkelijk opzwellen, zoals ook een gekneusde enkel gaat zwellen. Deze hersenzwelling staat bekend als hersenoedeem, en kan zowel ontstaan als een ontstekingsverschijnsel om de hersentumor, als door beschadiging tijdens de operatie.  Bij een enkelblessure heeft de zwelling geen ernstige gevolgen, ook al zou de voet niet meer in de schoen passen. Bij de hersenen ligt dat anders. Als de hersenen door oedeem opzwellen geeft de schedel niet mee. Hersenoedeem veroorzaakt daarom al snel hoofdpijn, misselijkheid en braken. Indien het oedeem ernstiger wordt kunnen bepaalde hersenfuncties in de knel raken. In extreme gevallen kan een levensbedreigende situatie ontstaan waarbij de hersenstam ingeklemd raakt, en het bewustzijn en zelfs de ademhaling bedreigd worden.

Om hersenoedeem tegen te gaan worden patiënten behandeld met bepaalde medicijnen (dexamethason). Soms is een nieuwe operatie nodig om ernstig oedeem en beklemming van de hersenen te behandelen.

Wondinfectie: De symptomen zijn: roodheid, zwelling, kloppende pijn, en warm aanvoelen van de operatiewond. Enige roodheid en zwelling zijn  gewoon, omdat ze  de tekenen zijn van de weefselreactie op de operatie. Hoewel altijd de uiterste zorg wordt besteed aan het voorkomen van infecties tijdens een operatie, blijkt dit niet altijd te vermijden. Dit komt vooral voor bij langdurige of gecompliceerde operaties, bij het inbrengen van lichaamsvreemd materiaal (bijvoorbeeld een shunt) en verder bij mensen met een verlaagde weerstand tegen infecties. Uiteraard worden er maatregelen tegen genomen die in de meeste gevallen effect hebben.

Lekkage van hersenvocht (liquor): Doordat er een open verbinding is met de liquorruimte. Vele neurochirurgische operaties vinden plaats binnen de liquorruimte en meestal lukt het om na afloop van de operatie door het zorgvuldig sluiten van de wond lekkage van hersenvocht te voorkomen. Liquorlekkage is echter soms niet te vermijden, bijvoorbeeld als delen van de hersenvliezen die de liquorruimte omsluiten moeten worden verwijderd. De open verbinding heeft het risico dat een infectie de liquorruimte bereikt. Er ontstaat dan hersenvliesontsteking (meningitis), een ernstige toestand die door behandeling met antibiotica wel bijna altijd snel te genezen is. Voor de effectieve behandeling van liquorlekkage moet soms het vocht via een drain in de rug (lumbale drain) worden afgevoerd terwijl de patiënt bedrust moet houden. In sommige gevallen is een operatie noodzakelijk om de lekkage op te heffen.

Functie-uitval: Uitval van functie na een operatie zoals verlamming is veelal het gevolg van oedeem van het zenuwweefsel. De functie herstelt zich weer wanneer het hersenoedeem na enige dagen verdwenen is. Helaas is er soms sprake van blijvende functie-uitval door onherstelbare schade aan de hersenen.

Nabloeding in het operatiegebied: Nabloedingen dragen evenals hersenoedeem het risico dat ze een beknelling (inklemming) van vitale hersengebieden kunnen geven. Hoewel aan het einde van de operatie de uiterste zorg wordt besteed aan de bloedstelping, kunnen nabloedingen optreden. Soms is het nodig om via een nieuwe operatie de bloeduitstorting te verwijderen en de nabloeding tot stilstand te brengen. Er zijn patiënten die op doktersvoorschrift regelmatig bloedverdunners gebruiken, bijvoorbeeld na een voorafgaande trombose of TIA (doorbloedingsstoornis van de hersenen) of wegens hartafwijkingen. Omdat hierdoor tijdens of na een hersenoperatie bloedingen kunnen ontstaan die levensbedreigend kunnen zijn, dient het gebruik van bloedverdunners onvoorwaardelijk aan de behandelende arts (neurochirurg en/of anesthesist) te worden gemeld, zodat het gebruik tijdig kan worden gestaakt of het effect geneutraliseerd, vaak na overleg met de arts die het gebruik heeft voorgeschreven. Een ander middel dat de bloedstolling ernstig blijkt te verstoren is Aspirine, het gebruik van Aspirine dient te worden gestaakt, ca. 10 dagen voor de operatie.

Epilepsie: zowel als gevolg van de tumor als als gevolg van de operatie kan epilepsie optreden. Als dit het geval is voordat een operatie plaatsheeft, dan heeft u waarschijnlijk al medicijnenen hiertegen gekregen van de neuroloog. Deze medicijnen moeten worden doorgebruikt na de operatie. Epilepsie kan ook als nieuw verschijnsel optreden na de operatie, dan zullen er medicijnen tegen epilepsie moeten worden gestart.

Algemene complicaties bij operatie patiënten en bedlegerige patiënten

Trombose: Operatiepatiënten en patiënten die langdurig in bed liggen hebben een verhoogd risico om trombose in de aders van het bekken en de benen te ontwikkelen (trombosebeen). Ter preventie van trombose krijgen alle operatiepatiënten een vorm van trombosepreventie, bijvoorbeeld fraxiparine (antistollingsmiddel) en/of elastische kousen. Het risico van een trombosebeen is dat een stolsel losraakt en de grote bloedvaten in de longen verstopt (embolie).

Longontsteking: Bedlegerige patiënten hebben een verhoogde kans op longontsteking omdat ze niet goed doorademen. Ook patiënten met longaandoeningen hebben een verhoogd risico. Om dit te voorkomen worden ze met fysiotherapie behandeld. Het lukt bijna altijd om de longontsteking te genezen.

Blaasontsteking: patienten die een operatie ondergaan van meer dan 2 uur krijgen een catheter om de urine af te voeren tijdens de operatie. Vaak wordt deze catheter ook na de operatie nog enige tijd gebruikt. Een blaasontsteking kan snel optreden bij het gebruik van een catheter en de catheter zal dus zo snel mogelijk worden verwijderd. Als een blaasontsteking optreedt, dan is dit meestal eenvoudig met antibiotica te bestrijden.