Hersentumor

Doneer nu!

Systemische therapie
(Chemotherapie en targeted therapie)

Wat is chemotherapie?

Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen, de zogenaamde cytostatica. Deze cytostatica roepen de ongeremde vermeerdering van cellen een halt toe.

Doel

Doel van de chemotherapie is de kwaadaardige cellen zoveel mogelijk te vernietigen, terwijl gezonde cellen zo min mogelijk last ondervinden van de chemotherapie. Kankercellen verschillen in gevoeligheid voor bepaalde cytostatica en daarom wordt vaak gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende soorten cytostatica.

Lichamelijke conditie

Voor een behandeling met cytostatica moet het lichaam in een goede conditie zijn. Dit geldt vooral voor het bloed en dan met name het beenmerg. In het beenmerg worden namelijk de verschillende soorten bloedcellen gemaakt:

  • Witte bloedlichaampjes, deze spelen een rol bij het voorkomen van infecties
  • Rode bloedlichaampjes, deze cellen zorgen voor het transport van zuurstof naar de lichaamscellen; als u hiervan niet genoeg heeft krijgt u last van bloedarmoede
  • Bloedplaatjes, deze cellen spelen een rol bij de bloedstolling

Door het geven van cytostatica worden alle sneldelende cellen beschadigd, dus ook de cellen van het beenmerg. Daarom zal tijdens chemotherapie het bloed regelmatig gecontroleerd worden.

Als het bloed niet voldoende hersteld is na een chemotherapiekuur (soms ook als er andere klachten optreden) kan de arts besluiten een volgende kuur uit te stellen. Meestal hoeft de patiënt voor een kuur niet te worden opgenomen, maar dit hangt af van de soort chemotherapie die wordt gegeven.

Kuur

Een kuur is de periode waarin medicijnen worden toegediend. Het aantal kuren dat wordt gegeven hangt samen met de manier waarop de medicijnen worden verdragen en van de manier waarop het ziekteproces reageert op de behandeling. Wordt de chemotherapie goed verdragen en reageert het ziekteproces gunstig op de toediening van de cytostatica (dit kan betekenen dat het ziekteproces in omvang afneemt of stabiel blijft), dan zal de behandeling worden voortgezet.

Tussen de verschillende kuren is er een periode dat de patiënt lichamelijk en geestelijk weer wat op krachten kan komen.

Klik hieronder voor meer informatie over:

De waarde van chemotherapie

De waarde van chemotherapie

De plaats van chemotherapie in de behandeling van patiënten met kwaadaardige hersentumoren (gliomen) is de laatste tijd aan het veranderen. Voorheen bestond de behandeling van een dergelijke hersentumor voornamelijk uit operatie en bestraling. Eventuele voordelen (zoals een langere overleving) zouden ook niet opwegen tegen de verwachte nadelen (bijwerkingen). Deze situatie is sinds een aantal jaren veranderd; chemotherapie maakt deel uit van de standaardbehandelingen van verschillende vormen van het glioom. Voor sommige tumor-types is chemotherapie pas aangewezen wanneer andere behandelingen niet meer werken.

Soorten chemotherapie

De meest gebruikte vormen van chemotherapie bij hersentumoren zijn:

  • Temozolomide: een chemotherapeuticum in capsule-vorm (oraal). Dit wordt bij verschillende graden van gliomen gegeven; bij het glioblastoma multiforme (GBM) is het, in combinatie met radiotherapie, de standaard-behandeling na een biopt of operatie. De bijwerkingen zijn vaak relatief mild, maar vormen bij sommige mensen toch een serieus probleem. De meest voorkomende bijwerkingen zijn vermoeidheid, misselijkheid, maagdarmklachten, een verhoogde gevoeligheid voor infecties en afwijkingen van het bloed.
  • PCV: een combinatie van procarbazine, CCNU (ook wel: lomustine) en vincristine. Het laatste middel wordt toegediend per infuus. Dit wordt gebruikt bij bepaalde types gliomen (o.a. anaplastische oligodendrogliomen). Naast vermoeidheid, maagdarmklachten en bloedafwijkingen kan hierbij schade aan de lange zenuwbanen (perifere neuropathie) optreden, met hinderlijke doofheid of pijnlijke prikkelingen in het lichaam als gevolg.

Specifieke vormen van hersentumoren, zoals lymfomen en kiemceltumoren, worden met andere vormen van chemotherapie behandeld.

Het nut van chemotherapie

  • Bij het glioblastoma multiforme (GBM) is de toevoeging van temozolomide chemotherapie tijdens en na radiotherapie deel van de standaardbehandeling. Deze behandeling wordt ook wel chemoradiatie genoemd. In 2005 is aangetoond dat de toevoeging van temozolomide aan radiotherapie ervoor zorgt dat de tumor minder snel terugkeert (recidiveert) en dat de overleving langer is. Dit geldt niet voor alle patiënten met een GBM: slechts een deel van de patiënten heeft een sterk voordeel van de chemotherapie, tot een aantal jaar stabiele ziekte. Het is tot nu toe nog niet mogelijk om te zeggen wie er goed op de temozolomide zal reageren en wie niet.
  • Bij het anaplastisch glioom (graad III) hebben sommige patiënten een sterk voordeel van toevoeging van PCV chemotherapie vóór of na bestraling; dit geldt vooral voor gliomen met een oligodendrogliale component en een bepaalde moleculaire afwijking in de tumor (de 1p/19q-codeletie). Bij andere anaplastische gliomen, zoals het anaplastisch astrocytoom, lijken temozolomide en PCV allebei een goed alternatief voor behandeling met radiotherapie te vormen.  Temozolomide heeft gemiddeld minder bijwerkingen.
  • Bij hersenmetastasen vindt vaak een lokale behandeling plaats, dus specifiek gericht op de plaats van de tumor in de hersenen. Dit betreft dus operatie, radiotherapie of een combinatie. Chemotherapie tegen de oorspronkelijke tumor (zoals een melanoom of borstkanker) komt lang niet altijd goed aan in de hersenen door de natuurlijke afscheiding tussen de bloedbaan en het hersenweefsel. Toch kan chemotherapie bij een deel van de hersenmetastasen van nut zijn, bijvoorbeeld bij bepaalde vormen van longkanker.

Behandeling op maat

Het wordt steeds duidelijker dat niet elke patiënt en elke tumor hetzelfde reageren op chemotherapie. Patiënten met een slechte conditie kunnen intensieve behandelingen, zoals chemotherapie, vaak niet aan en reageren er ook minder goed op. Verder zijn bepaalde kenmerken van de tumor van belang, zoals de histologische diagnose en de graad. De laatste jaren wordt de rol van moleculaire diagnostiek steeds belangrijker: deze eigenschappen van de tumor bepalen ook mede de gevoeligheid voor  chemotherapie, bijvoorbeeld bij het anaplastisch oligodendroglioom.

Het bepalen van de beste (chemo-)therapie is dus maatwerk dat in goed overleg tussen het behandelteam en de patiënt moet gebeuren. Per individu wordt bekeken of chemotherapie raadzaam is.