Hersentumor

Doneer nu!

Hypofysetumoren

De hypofyse is een klein orgaan, ongeveer zo groot als een erwt, dat onder aan de hersenen ligt in een holte in de schedelbasis achter de oogkassen, het zogenaamde Turkse zadel (sella turcica). Precies boven deze holte ligt de kruising (chiasma)van de oogzenuwen. De hypofyse is verder door de hypofysesteel verbonden met een centraal deel van de hersenen, de hypothalamus.

De hypofyse heeft een belangrijke functie als hormoonproducerende klier. Door afgifte van verschillende hormonen regelt de hypofyse de functie van een groot aantal andere hormoonproducerende klieren zoals de schildklier, de bijnier en de geslachtsorganen. Daarnaast speelt de hypofyse een belangrijke rol in de waterhuishouding. De hypofyse wordt op haar beurt weer aangestuurd door de hypothalamus. Een tumor, die in de hypofyse ontstaat, is bijna altijd goedaardig.

Behandeling

Behandeling

De behandeling van een hypofysetumor:

  • in de meeste gevallen is operatie de behandeling van keuze, lees meer onder operatie
  • aangevuld met het toedienen van medicijnen
  • en zo nodig gevolgd door radiotherapie

De verschillende behandelingen kunnen ook gecombineerd worden. De keuze van de behandeling hangt af van een aantal factoren, waarvan de soort en grootte van de tumor de belangrijkste zijn. Bij de behandeling van hypofysetumoren zijn meestal meerdere specialisten van verschillende disciplines betrokken.

Toedienen van medicijnen:

Bij de medicamenteuze behandeling van hypofysetumoren moet men onderscheid maken in twee groepen geneesmiddelen, afhankelijk van het doel van de geneesmiddelen.

1. Primair medicamenteuze behandeling, dat wil zeggen behandeling met geneesmiddelen die de hypofysetumor verkleinen. Het gaat hier vooral om anti-hormonen.

2. Substitutie-therapie met hormonen die een tekort van bepaalde hormonen vervangen.

1. Primair medicamenteuze behandeling wordt gegeven bij:

  • Prolactinomen: De productie van prolactine wordt geremd door dopamine en geneesmiddelen die het effect van dopamine nabootsen, zoals quinagolide (Norprolac), cabergoline (Dostinex) en bromocriptine (Parlodel). Bij prolactinomen is medicamenteuze behandeling momenteel de eerste keus van behandeling; neurochirurgie of radiotherapie worden alleen gegeven in de zeldzame gevallen dat de tumor niet reageert op deze geneesmiddelen.
  • Acromegalie ten gevolge van een hypofysetumor die een teveel aan groeihormoon produceert.

Drie groepen medicamenten zijn werkzaam tegen acromegalie:

  1. Geneesmiddelen die lijken op het groeihormoon (somatostatinen): De productie van het groeihormoon in de hypofyse wordt gestimuleerd door een hersenhormoon (het zogenaamde GHRH). Op zijn beurt remt het groeihormoon de productie van het hersenhormoon. De somatostatinen lijken op groeihormoon, maar zijn beter in staat om de productie van het hersenhormoon GHRH af te remmen.
  2. Geneesmiddelen die de productie van groeihormoon remmen (dopamine-agonisten): Het hersenhormoon dopamine remt zowel de productie van het hersenhormoon GHRH als direct de productie van het groeihormoon in de hypofyse.
  3. Geneesmiddelen die de effecten van groeihormoon blokkeren (groeihormoon receptor-blokkeerders)

 2. Substitutie-therapie:

Substitutie-therapie met hormonen wordt gegeven wanneer de hypofyse te weinig hormonen produceert omdat de hypofysetumor de normale hypofyse heeft verdrongen, of als door de neurochirurgie of radiotherapie de normale hypofyse te zeer beschadigd is. Indien na chirurgische verwijdering van de hypofyse, de hormonale functie niet binnen enkele maanden terugkeert, is substitutie-therapie veelal levenslang nodig.

Substitutie-therapie wordt gegeven bij een tekort aan de volgende hormonen:

  • Cortisol
  • Schildklierhormoon (thyroxine)
  • Anti-diuretisch hormoon (desmopressine (Minrin)
  • Geslachtshormonen: testosteron of oestrogeen/progestageen (soms)
  • Groeihormoon (soms)

Radiotherapie:

Radiotherapie bij hypofysetumoren wordt gegeven

  • indien medicamenteuze behandeling of operatie onvoldoende heeft geholpen, of
  • indien operatie wegens een te hoge leeftijd of zeer slechte lichamelijke conditie van de patiënt te riskant is, of
  • indien een hypofysetumor ondanks eerdere behandelingen weer uitgroeit.

Over het juiste moment voor radiotherapie wordt ook door specialisten verschillend gedacht. Daarbij moet een afweging gemaakt worden tussen de ernst van de ziekte en de risicos van de verschillende behandelingen. Het risico’s op blijvende uitval van de hypofyse-functie is na neuro-chirurgie en radiotherapie even groot. Daarbij moet worden bedacht dat met de moderne radiotherapietechnieken zeer precies bestraald kan worden, waarbij het omgevende normale (hersen)weefsel minimaal belast wordt.