Hersentumor

Doneer nu!

Verandering en verstandelijke vermogens & gedrag

Hersentumoren zijn de enige tumoren die door hun plaats in de hersenen een direct effect kunnen hebben op de persoonlijkheid en het psychisch functioneren. In het algemeen zijn de veranderingen in persoonlijkheid en gedrag voor de patiënt, familie en naasten moeilijker te hanteren dan de lichamelijke veranderingen, zelfs die van bijvoorbeeld een halfzijdige verlamming. Deze veranderingen worden in belangrijke mate veroorzaakt door de hersenschade door de tumor zelf of door vochtophoping rond de tumor, het omringende oedeem. Dit oedeem wordt vaak behandeld met corticosteroiden. Daarnaast kunnen ook de behandeling of een combinatie van behandelingen (operatie, radiotherapie, chemotherapie) en de medicijnen (dexamethason, anti-epileptica) leiden tot veranderingen in het denken en het gedrag.

Er kunnen algemene veranderingen in het functioneren optreden, maar ook veranderingen die afhankelijk zijn van de plaats van de tumor in de hersenen en van het feit of een tumor zich in de linker of rechter hersenhelft bevindt (zie figuur).

Schematische voorstelling van de hersenen met de centra voor beweging, gevoel, taal (om te spreken en te verstaan), en voor het zien, waarvan beschadiging een stoornis geeft van de betreffende functie. Naast deze zogenoemde eloquente hersengebieden, waar beschadiging van dat gebied directe gevolgen heeft voor het functioneren, zijn er zogenoemde ‘stille’ gebieden, waar functies zetelen, die niet opvallend gestoord raken bij beschadiging van het gebied, omdat ze kennelijk vervangbaar zijn door soortgelijke functies in andere gebieden die bij hetzelfde hersennetwerk zijn betrokken.

Frontaalkwab

Zo kunnen patiënten met een tumor in de frontaalkwab interesse verliezen in hun omgeving of kunnen zij geconfronteerd worden met stemmingsschommelingen en intellectuele achteruitgang. Daarnaast kunnen beperkingen ontstaan in het korte termijn geheugen (geheugen voor recente gebeurtenissen). Ook kunnen patiënten met tumoren in deze gebieden moeite hebben met het plannen en reguleren van hun gedrag. Dit is merkbaar in veel dagelijkse bezigheden en kan vooral voor de omgeving een enorme belasting betekenen.

Parietaalkwab

Afhankelijk van de exacte locatie in de linker of rechter hersenhelft kunnen tumoren in de parietaalkwab op hun beurt leiden tot stoornissen in de waarneming en de ruimtelijke oriëntatie . De patiënt kan bijvoorbeeld voorwerpen niet goed herkennen die hij aanraakt, kan links niet van rechts onderscheiden, mist delen van de omgeving, of hij heeft problemen met het lezen en rekenen.

Temporaalkwab

Tumoren in de temporaalkwab kunnen ondermeer aanleiding geven tot problemen met het zien, de reuk, de taalvermogens en het visueel geheugen. De patiënt kan dubbel zien en kan daarnaast last hebben van reukhallucinaties of kan uitval van een deel van het gezichtsveld hebben.

Occipitaalkwab

Tumoren in de occipitaalkwab geven vooral problemen met het zien. Zo kan er uitval van een helft van het gezichtsveld optreden.

Enkele praktische adviezen

Enkele praktische adviezen

Voor een aantal veel voorkomende psychische symptomen volgen beknopt een aantal adviezen om met de eerder genoemde veranderingen / beperkingen in de praktijk om te kunnen (leren) gaan:

 

  • Traagheid en vermoeidheid: Houd bij dagindeling en speciale plannen rekening met het trage (denk)tempo, wissel activiteiten regelmatig af met pauzes, gun uzelf en de patiënt de tijd
  • Aandacht en concentratie: Werk bij voorkeur in een rustige omgeving, deel taken op in meerdere stukken en werk niet te lang achter elkaar, breng structuur aan in de dag, neem voldoende de tijd en las regelmatig pauzes in, kijk op welk deel van de dag u het beste een bepaalde activiteit kan doen, maak een activiteit af voordat u aan een andere activiteit begint
  • Geheugen: aangezien veel patiënten klagen over hun geheugenprestaties is hier een apart hoofdstuk aangewijd. Lees meer hierover bij omgaan met geheugenproblemen
  • Planning en structuur: Zorg voor een dagelijks / wekelijks vast patroon, maak een volgorde waarin activiteiten uitgevoerd worden, vermijd chaotische situaties, kies bij voorkeur bekende activiteiten, stop met activiteiten die niet lukken en probeer ze later nog eens
  • Oriëntatie: Geef voorwerpen een vaste plaats en breng vaste volgordes en ritmes aan in dagelijkse handelingen en activiteiten, bedenk oriëntatiesteuntjes
  • Waarnemen: Leg dingen op dezelfde plek, wees extra voorzichtig in het verkeer, help de patiënt door feedback te geven (de patiënt is zich er soms niet van bewust dat hij dingen over het hoofd ziet)
  • Communicatie: Breid de communicatieve mogelijkheden uit en vermijd communicatie niet. Naasten kunnen regelmatig samenvatten wat u gezegd heeft, vragen herhalen, blijven luisteren en observeren. Spreek in eenvoudige en korte zinnen en helder een misverstand door communicatiestoornissen altijd op. Ga indien nodig op zoek naar hulpmiddelen voor de patiënt om de communicatie te verbeteren
  • Omgaan met beperkingen: Probeer de realiteit te aanvaarden, probeer nieuwe manieren van omgaan met problemen samen uit te breiden, licht buitenstaanders in over een goede manier van omgaan met de patiënt, leer hoe je om hulp kan vragen, zoek passende activiteiten op. De naasten moeten alle pogingen waarderen, ook al zijn ze mislukt, stimuleer dat de patiënt dingen zelf doet
  • Zelfinzicht: Verbeter de patiënt bij over- en onderschatting van zijn eigen capaciteiten, voorzie toekomstige problemen en probeer hier alvast structuur in aan te brengen
  • Anders zijn: Pas de eigen verwachtingen aan de reële mogelijkheden aan, probeer te accepteren dat ‘het gaat zoals het gaat’, benoem positieve ervaringen, zoek oplossingen voor de huidige situatie, biedt de patiënt duidelijkheid en wees voor uzelf consequent in wat u wel en niet accepteert
  • Gevoelsuitingen: Ga na wanneer prikkelbaarheid of agressie het meest voorkomt en houdt hier rekening mee, probeer gevoelsuitingen uit te lokken bij gevoelsvervlakking, bij impulsiviteit: eerst denken dan doen. Bij een depressie hulp zoeken van de huisarts voor medicatie. Help de patiënt door grenzen te stellen, ga niet mee in onbeheerste emoties