Hersentumor

Doneer nu!

Hoofdpijn

Oorzaken

Van alle mensen met hoofdpijn heeft slechts een heel klein deel een hersentumor; de meeste gevallen van hoofdpijn hebben dus een andere oorzaak.

De hoofdpijn die veroorzaakt wordt door een hersentumor is het gevolg van verhoogde druk binnen de schedel (de intracraniële druk). Overigens veroorzaken lang niet alle hersentumoren intracraniële drukverhoging, dus de meeste hersentumoren geven ook geen hoofdpijn. Ook zijn er andere aandoeningen dan tumoren die verhoogde intracraniële druk veroorzaken en dus gepaard gaan met dezelfde soort hoofdpijn.

Klachten

De typische hoofdpijn die patiënten met een intracraniële drukverhoging beschrijven is ’s ochtends erger dan ’s avonds. Dit komt omdat de hersendruk gewoonlijk in de vroege ochtend het hoogst is. Ook momenten die altijd al gepaard gaan met intracraniële drukverhoging kunnen de hoofdpijn uitlokken, zoals bukken, niezen of persen. De hoofdpijn bij een hersentumor is niet voor iedereen gelijk, maar de typische hoofdpijn bevindt zich achter de ogen, heeft een drukkend karakter en is niet kloppend, zoals bijvoorbeeld bij migraine het geval is. Bij tumoren in de kleine hersenen kan de hoofdpijn juist in het achterhoofd zitten. De hoofdpijn is meestal in het hele hoofd aanwezig, maar zit soms aan één kant. Kenmerkend is dat de hoofdpijn gepaard gaat met misselijkheid en braken (maar ook dit komt niet bij iederen voor). Bij langdurige verhoogde intracraniële druk treden problemen met het zien op door stuwing rond de oogzenuw en in het netvlies van het oog (retina).

Intracraniële druk

Hersentumoren veroorzaken een verhoogde intracraniële druk door drie mechanismen. Als op kinderleeftijd de schedelnaden eenmaal gesloten zijn, kan de schedel niet meer in omvang toenemen. Het volume van de tumor komt bij het bestaande hersenvolume waardoor de druk toeneemt. Bij langzaam groeiende tumoren kunnen de hersenen zich aanpassen, waardoor tumoren een groot volume kunnen krijgen voordat intracraniële druk stijging optreedt. Bij snel groeiende tumoren is het aanpassingsvermogen veel kleiner en treedt bij een gering volume al drukverhoging op. Ook veroorzaken veel hersentumoren oedeem (vochtophoping) in het hersenweefsel rondom de tumor, waardoor de intracraniële druk toeneemt. Tenslotte veroorzaken sommige tumoren een afvloedbelemmering van het hersenvocht (waterhoofd of hydrocefalus), wat ook gepaard gaat met verhoogde intracraniële druk. Dit is kenmerkend voor tumoren bij de kleine hersenen.