Hersentumor

Doneer nu!

De aanpassing aan het dagelijks leven na het horen van de diagnose en het besef wat deze diagnose betekent, kost tijd en vooral energie. Dit geld niet alleen voor de patient, maar ook voor de omgeving. Vaak zijn mensen echter verbazingwekkend goed in staat om ingrijpende gebeurtenissen op eigen kracht of met hulp en steun van anderen uit hun omgeving te boven te komen. Soms echter lukt het mensen niet goed om een dergelijke  traumatische ervaring te verwerken. Ze beleven de traumatische gebeurtenis als het ware steeds opnieuw en lijden aan een scala van emotionele problemen: intens verdriet, angst, boosheid, gevoelens van onveiligheid, onmacht en hopeloosheid. Ze vermijden situaties die hen aan de gebeurtenis doen denken, hebben nachtmerries en voelen zich ‘verdoofd’ of vervreemd van anderen. Professionele hulp kan dan onontbeerlijk zijn.

Rouwtaken

Rouwenden hebben een viertal taken te verrichten die na het verlies noodzakelijk zijn. De taken zijn:

  1. De realiteit van het verlies aanvaarden. Het besef dat de dierbare werkelijk is overleden, zal moeten doordringen. Men weet dat de dierbare is overleden. Op andere momenten weet men dat niet, men voelt de overledene nog, men praat nog met de overledene. Verstand en gevoel gaan niet parallel. Je weet dat het overlijden heeft plaatsgevonden, maar je voelt het (even) niet. Tussen het aanvaarden van het verlies en het ontkennen van het verlies (vergelijkbaar met de processen van herbeleven en vermijden) bestaat een zeker spanningsveld.
  2. De pijn en het verdriet doorleven. Bij verwerken hoort het voelen van de pijn en het verdriet. Pijn en verdriet kunnen worden ontkend, kunnen worden weggestopt en vermeden. Maar men moet deze pijn en verdriet persé doorleven. Ook deze rouwtaak is ‘verplicht’, wil men met succes van verwerking kunnen spreken
  3. Zich aanpassen aan een nieuw leven waarin de overledene niet meer aanwezig is. Het gaat om veranderingen in de relaties, veranderingen in het dagelijks leven, veranderingen in het beeld dat men van zichzelf (zonder de ander) heeft.
  4. De overledene emotioneel een plaats geven en de draad van het leven weer oppakken. De banden met de overledene blijven bestaan, maar op een speciale manier en de aard van de relatie verandert.

Rouwbegeleiding sluit aan bij de vier rouwtaken en geeft steun aan nabestaanden. Dit kan individueel, maar ook in groepen (lotgenotengroepen en groepen met een professionele begeleider). Aangezien het onderscheid tussen normale en verstoorde rouw soms niet eenvoudig is, is het onderscheid tussen rouwbegeleiding en rouwtherapie gradueel.

Gemeenschappelijk aan de therapeutische benadering is dat de vermijdingsreacties worden aangepakt. Daarbij mag men denken aan:

  • vermijding van de realiteit van het overlijden;
  • vermijding van gevoelens;
  • vermijding van bepaalde situaties of voorwerpen;
  • vermijding van praten over het geleden verlies.

Patiënten worden bij een therapie gestimuleerd om zich te confronteren met het geleden verlies, met het denken erover, het voelen ervan. Manieren om de vermijding dan aan te pakken zijn onder meer: schrijfopdrachten en therapeutische rituelen.