Hersentumor

Doneer nu!

Omgaan met epilepsie

Epilepsie is een verschijnsel dat op kan treden bij patiënten met een hersentumor. Regelmatig komt het voor dat een epileptische aanval (of insult) het eerste symptoom is van een hersentumor. Er bestaan verschillende vormen van epileptische aanvallen. Deze verschillen onderling erg van elkaar. Alle typen aanvallen ontstaan door een plotselinge verstoring van het elektrische evenwicht in de hersenen. Meestal is de verstoring van korte duur. De meeste epileptische aanvallen zijn goed te herkennen als epilepsie, maar er bestaan ook zeldzamere, moeilijk te herkennen soorten aanvallen. Overleg daarom met uw arts als u aanvalsgewijze klachten heeft zonder duidelijke verklaring.

De vorm van een epileptische aanval hangt samen met de plaats in de hersenen waar de elektrische ontlading plaatsvindt. Er bestaan twee vormen van aanvallen namelijk partiële en gegeneraliseerde aanvallen.

  • Bij partiële aanvallen doet slechts een klein deel van de hersenen mee.
  • Bij gegeneraliseerde aanvallen is overal in de hersenen abnormale elektrische activiteit waarneembaar.

Deze twee aanvalsvormen zijn ook weer te verdelen in eenvoudige en complexe aanvallen.

Als omstander helpen tijdens aanval

Hoe kan een omstander de patiënt helpen tijdens een grote aanval?

Over het algemeen zal de patiënt zelf niets merken van het insult. Hij/ zij is buiten bewustzijn gedurende de aanval. Over het algemeen houdt een epileptische aanval vanzelf op.

Tips voor de omstander(s) tijdens de aanval:

  • Houd nieuwsgierige voorbijgangers op afstand
  • Probeer het hoofd te beschermen door er iets zachts onder te leggen
  • Maak knellende kleding los (jas, stropdas)
  • Neem een eventuele bril af
  • Blijf bij de persoon, observeer wat er gebeurt en houd de tijd bij
  • Verplaats de persoon alleen als de situatie waarin hij /zij zich bevindt onveilig is
  • Kijk of de persoon medische gegevens bij zich heeft, bijvoorbeeld een SOS-hanger om nek of arm

Na de aanval:

  • Als de aanval voorbij is en de persoon verslapt, leg hem/haar dan op de zij. Doe het hoofd iets naar achteren en verwijder zonodig een loszittend kunstgebit. Dit om de ademweg vrij te maken
  • Blijf bij de persoon tot hij /zij weer goed bij kennis is, vertel wat er gebeurd is en stel hem/haar gerust

Wat moet de omstander niet doen bij een aanval?

  • Probeer niets tussen de tanden te stoppen. Meestal is het hiervoor toch te laat, omdat de kaken al op elkaar geklemd zijn. U kunt uw vingers in gevaar brengen of indien u iets hards gebruikt de tanden van de betrokkene beschadigen
  • Probeer de heftige bewegingen van armen en/of benen niet tegen te houden, dit heeft geen zin en kan spierbeschadiging en/of botbreuken van de betrokkene veroorzaken. Haal, zo mogelijk, wel voorwerpen in de omgeving van de betrokkene uit de weg zodat deze zich niet onnodig kan bezeren.
  • Verplaats de betrokkene niet indien deze zich tenminste niet in een onveilige situatie bevindt.
  • Mond-op-mond beademing heeft geen zin, de luchtwegen zijn geblokkeerd
  • Geef niets te eten of te drinken tot de betrokkene goed bij bewustzijn is
  • Geef geen extra anti-epileptica. Zo nodig kan een rectiole (vloeibare vorm van het medicijn dat via de anus wordt toegediend) toegediend worden indien dit voorgeschreven is.