Hersentumor

Doneer nu!

Hersenstamglioom / ponsglioom

In de hersenstam (pons) kan een tumor ontstaan die zich meestal agressief gedraagt, een ponsglioom. Dit is een zeldzame tumor die al op de MRI duidelijk herkenbaar is als een kwaadaardige soort. Het tumorweefsel ziet er op de scan grotendeels egaal uit en de normale delen van de hersenstam worden verdrukt. Het opereren van de tumor is meestal niet mogelijk, omdat schade zal ontstaan aan de hersenstam waar de vitale functies (ademhalen, hartslag en bloeddruk) worden gereguleerd.

De klachten van een ponsglioom kunnen onder andere bestaan uit: loopstoornissen, slik- en spraakproblemen, verlamming van de aangezichtsspieren, oogbewegingstoornissen en soms tekenen van verhoogde hersendruk (hoofdpijn, misselijkheid en braken). Bij de meeste kinderen wordt een (tijdelijke) behandeling met medicijnen (dexamethason) gegeven om het vocht rondom het tumorweefsel te laten verminderen, waardoor de klachten ook vaak afnemen.

De behandeling van een ponsglioom wordt meestal eerst uitgevoerd met bestraling. De bedoeling is om de groei van de tumor zoveel mogelijk te onderdrukken. Meestal lukt dit tijdelijk, maar na weken tot maanden ontstaat dan toch weer progressie van de tumor. Soms wordt de behandeling dan nog vervolgd met chemotherapie, zo mogelijk met medicijnen die een kind kan slikken in de vorm van temozolomide. Het effect hiervan is helaas ook weer tijdelijk.

De vooruitzichten van deze tumor zijn zeer slecht. Het is een uitzondering als een kind met een hersenstamglioom langdurig overleeft. Als de tumor ver is gevorderd kan overlijden zelfs al in enkele dagen tot weken plaatsvinden. Kinderen met een ponsglioom overlijden meestal in de loop van  maanden tot een jaar na de diagnose, sommige kinderen leven nog in het 2e jaar na diagnose.

Er wordt toenemend wetenschappelijk onderzoek (aanvullende chemotherapie bestuderen of afname van een biopt uit de tumor) gedaan om de genezingskansen van kinderen met een ponsglioom te verbeteren.

Andere hooggradige gliomen zijn bijvoorbeeld het anaplastisch glioom (WHO graad III) en glioblastoma multiforme (WHO graad IV). Deze neigen tot een sprieterige ingroei in het hersenweefsel en zijn daardoor moeilijk geheel te verwijderen. De tumor ligt meestal in de grote hersenen. Deze soorten hersentumor zijn kwaadaardig en komen minder vaker voor bij kinderen. De beste kans op genezing bestaat uit een totale verwijdering van de tumor door de neurochirurg. Het verwijderen van een rand gezond weefsel om de tumor heen is echter niet mogelijk, omdat daarmee het normale omringende hersenweefsel ernstig beschadigd wordt. Er bestaat dus toch een grote kans op terugkeer van de ziekte. Na operatie is een bestraling noodzakelijk als het kind hier oud genoeg voor is. Tevens wordt regelmatig gebruik gemaakt van cytostatica, waaronder temozolomide. Een vergelijkend onderzoek naar de meerwaarde van bloedvatgroei remming met bevazucimab is gaande.

Bij jonge kinderen wordt vaker gebruik gemaakt van langdurige chemotherapie met diverse samenstellingen, waar redelijke resultaten mee worden behaald.

Soms heeft een glioom (gedeeltelijk) kenmerken die we oligodendroglioom noemen, zoals vaker optreedt bij volwassenen. Naast de operatieve verwijdering wordt dan overwogen of bestraling en of chemotherapie moet worden toegevoegd aan de behandeling. De gradering II of III is bij deze tumor van belang voor deze keuze en de prognose.