Hersentumor

Doneer nu!

Wat gebeurt er bij de diagnose?

In de eerste periode van de onderzoeken naar de klachten  is het meestal nog niet duidelijk of het gaat om een hersentumor. Er zijn verschillende onderzoeken, die kunnen helpen om de hersentumor als diagnose vast te stellen .

Een zorgvuldig vraaggesprek met de arts over het begin, de aard en de duur van de klachten moet helpen om mogelijke oorzaken voor de neurologische klachten te vinden of uit te sluiten. Hierbij hoort ook een uitgebreid neurologisch onderzoek, waarbij onder andere alle bewegingen, de coördinatie van bewegingen, de kracht, het gevoel en de reflexen worden getest. De functie van de zintuigen, vooral ogen en oren kunnen hierbij worden beoordeeld. Voor onderzoek van gehoor of het zien zijn soms speciale testen nodig.  Door met een lampje door de pupilopening heen het netvlies van het oog te bestuderen (fundoscopie) kan eventuele drukverhoging in de hersenen beoordeeld worden.

Als er een verdenking is op een tumor in de hersenen of een reden om deze uit te sluiten, zijn afbeeldingen van de hersenen van het kind nodig. Deze worden meestal gemaakt met een  MRI-scan en soms met een CT-scan. Deze apparaten maken foto’s alsof er plakjes van de hersenen worden gemaakt, zodat alle dwarsdoorsneden goed te beoordelen zijn. Hiermee is een tumor in de hersenen en / of het ruggenmerg zichtbaar te maken. Als een dergelijk onderzoek met spoed moet worden verricht, wordt vaker gebruik gemaakt van een CT scan. Een CT scan kan tamelijk snel worden uitgevoerd. Het is dan meestal op een later moment alsnog nodig om een MRI te maken. Een MRI onderzoek duurt lang en maakt bovendien veel lawaai en via een infuus wordt contrastvloeistof gegeven voor betere afbeeldingen. Voor een deel van de kinderen is het nodig om vooraf een rustgevend medicijn te gebruiken. Soms gaan kinderen zelfs onder narcose voor een MRI.

Sommige tumoren maken een speciaal eiwit dat meetbaar is in het bloed, een zogenaamde tumor marker. Als een dergelijk eiwit in het bloed aantoonbaar is, spreken we meestal van een kiemceltumor. Zo’n eiwit kan ook in het ruggenmergvocht aantoonbaar zijn.

Soms is het nodig om het vocht dat rondom de hersenen stroomt (liquor) te onderzoeken. De liquor kan worden afgenomen met een ruggenprik of lumbaalpunctie. Bij een ruggenprik wordt een dunne holle naald tussen de lagere ruggenwervels door geprikt waarbij een beetje vocht in een buisje wordt opgevangen. In het laboratorium wordt het vocht onderzocht op tumorcellen en / of tumor markers.

De uiteindelijke diagnose wordt meestal vastgesteld als het tumorweefsel onder de microscoop is bekeken door de neuropatholoog. De aard van de tumorcellen kan worden beoordeeld aan het uiterlijk van het weefsel. We noemen dat de histologie van de tumor. Tevens worden de cellen in het weefsel getypeerd door eiwitten in of op de cellen te laten kleuren in het laboratorium en ook deze onder de microscoop te bekijken. Soms kan de definitieve diagnose langer op zich laten wachten, bijvoorbeeld als extra eiwitkleuringen moeten worden verricht, of  als onderzoek van de genetische verandering van de tumorcellen nodig is.

Bij een klein deel van de hersentumoren kan de diagnose zonder weefselonderzoek worden vastgesteld. Dit betreft tumoren van de hersenstam, tumoren van de oogzenuwbanen en kiemceltumoren waarbij een tumormarker in het bloed of het ruggenmergvocht aantoonbaar is.