Hersentumor

Doneer nu!

Patiënten met een glioom hebben vaak epilepsie; dit geldt vooral voor patiënten met een laag gradig glioom. De neuroloog zal na het stellen van de diagnose epilepsie overgaan tot het voorschrijven van een antiepilepticum. Tegenwoordig worden deze medicijnen niet meer profylactisch (uit voorzorg) voorgeschreven als er nog geen epilepsieaanvallen zijn opgetreden, maar alleen in geval van het optreden van epilepsieaanvallen.

Er zijn vele antiepileptica beschikbaar

De meeste gebruikte zijn: depakine (natriumvalproaat), tegretol (carbamazepine) en fenytoine (diphantoine). Nieuwere preparaten zijn trileptal, keppra en lamictal. In het algemeen wordt er begonnen met 1 medicijn, en wordt het effect geëvalueerd. Het is de bedoeling dat de epilepsie wordt onderdrukt, en er geen hinderlijke bijwerkingen ontstaan bij de gebruikte dosering. Niet iedereen reageert hetzelfde op een medicament. Zo heeft de één last van hinderlijke bijwerkingen bij slechts lage dosering, terwijl de ander hoge doseringen probleemloos gebruikt.

Ook is het niet zo dat de epilepsieaanvallen altijd kunnen worden onderdrukt. Als het met 1e medicijn niet lukt, wordt vaak een 2e erbij geprobeerd. Als het dan lukt om de aanvallen te onderdrukken, wordt vaak het 1 medicijn afgebouwd. Soms hebben patiënten wel 4 soorten antiepileptica nodig. Ook is het zo dat bij laag gradige gliomen slechts de helft van de patiënten aanvalsvrij wordt met medicijnen. De behandeling van de tumor zelf (met operatie, radiotherapie en/of chemotherapie) kan ook een gunstig effect hebben op de aanvalsfrequentie. Dit geldt zeker indien bij operatie, naast de tumor zelf, ook het hersengebied waaruit de epilepsie ontstaat (de epileptogene zone) veilig kan worden verwijderd.

Bijwerkingen

De antiepileptica hebben allemaal een eigen bijwerkingenprofiel, die vermeld staan in de bijsluiter. Soms kunnen deze als zeer hinderlijk worden ervaren: bv. haaruitval en gewichtsaanwas bij gebruik van depakine, wazig zien en instabiliteit bij gebruik van carbamazepine (Tegretol). Bespreek een en ander altijd met uw arts: dosisaanpassing of verandering van medicament zijn wellicht nodig. Voor patiënt en arts is het als het ware laveren tussen positief effect (voorkomen van epilepsieaanvallen wat de kwaliteit van leven gunstig beïnvloedt) en negatief effect (bijwerkingen die de kwaliteit van leven ongunstig beïnvloedt).

Bespreek ook altijd met uw arts de eventuele interactie van antiepileptica met medicijnen die u toch al gebruikte.